05-07-06

Voetbal in de mond maakt het hart gezond

Portugal speelt straks de halve finale van de wereldbeker voetbal 2006. Is dat terecht vroeg mijn tachtigjarige buurvrouw. Ik bekeek haar eens goed maar vooral vies. Ik gaf haar namelijk mijn ochtendlijke GDB le mal aimé-blik die boekdelen spreekt. Die aanblik is niet erg prettig, vooral niet voor de onverlaten die het aandurven een woord tot mij te richten voor, laat me zeggen, pak ‘m vast, vier uur ’s namiddags. Alle uren voor vier uur p.m. beschouw ik inderdaad als ochtenduren zonder Somers en Verschueren. En wat dan nog? Er lopen groter gekken rond op de wereld, mijn buurvrouw bij voorbeeld. Die had ze vast ook niet alle vijf. Ik telde de haren op haar kinnebak en inderdaad, ik kon er maar vier ontwaren. De vijfde lag misschien op te krullen op een zandstrand in Benidorm.

"Nee" brieste ik het mens toe "nee, dat is niet terecht." Ik dacht: als ze vraagt waarom dan zal zij eens wat meemaken, zie. O boy! Mijn scheldtirade ging de ouwe preut lang heugen als zij het aandurfde de waaromvraag te stellen. Maar zij deed haar mond open om een verstandige opmerking te maken. De wonderen waren de wereld niet uit. Zij zei: "Volledig akkoord. Die Portugezen zijn een aanfluiting voor het hedendaags voetbal." Ik slikte wat als een liter speeksel proefde door. M’n adamsappel bungeejumpte een paar keren. Waar haalde dit vermolmd tandeloos zoogdier een fantastisch woord als aanfluiting vandaan? Had zij het bij de kapper gehoord? "Heb je dat bij de kapper opgepikt?" vroeg ik als door de hand Gods geslagen. "Op televisie" antwoordde de knar met oogjes waar de deugnieterij vanaf straalde.

"Alsjemenou" riep ik uit. Toch wilde ik rap testen of zij inderdaad op de hoogte was.

"Wie is ook alweer de trainer van Portugal?" vroeg ik. Zij bracht haar opgestoken wijsvinger naar haar lippen en hield hem daar. Onderwijl dacht zij diep na, aan de spasmen van haar vele gezichtsrimpels te oordelen. "Ribéry" antwoordde zij. Dat was een instinker. Ik had de nieuwtjes ook gelezen. Ik wist dat Ribéry aan de wereldpers had verklaard dat Scolari een groot voetballer is. Het kon toch niet waar zijn? Zou een tachtigjarige en dan nog een vrouw dan zo goed op de hoogte van de voetbalscène zijn? Waarom deed ik niet eens alsof mijn neus bloedde? "Scolari bedoel je" repliceerde ik.

"Met jou kan ik ook nooit es grappen" zuchtte zij. Ik glimlachte, zij volgde mijn voorbeeld.

"Ik wist niet dat je een kenner bent. Zo! Wat is jouw voorspelling voor vanavond, Adèle?"

"Frankrijk wint natuurlijk. Heb je die Zidane gezien? Pure klasse zeg ik je."

"Hij stopt na de wereldbeker."

"Vertel me iets nieuws. Ach, sinds ik het nieuws heb gehoord brand ik elke avond een kaars van Blokker voor hem."

"Denk je dat het zal helpen hem op een ander idee te brengen?"

"Bah nee, wat zou het? Als d’er iets in z’n kop zit, zit het niet in z’n gat. De kaars is voor het leven dat Zidane na het voetbal wacht. Ik zou graag hebben dat de ster de rust krijgt waarnaar hij zo snakt. En daarom brand ik een kaars voor hem, maar ook voor alle goeie voetballers die stoppen na dit wk, zoals Roberto Carlos bij voorbeeld."

"Dat ontroert mij, Adèle. Maar nu moet ik naar huis. Ik heb gisteren pikante pizza gevreten en m’n hol begint ‘m te knijpen. Het was me echter een waar genoegen. Tot nooit meer, hoop ik. Grapje! Tot later, Adèle en duimen voor Frankrijk dan maar!"

"Precies!  En hopen dat Figo, Ronaldo en consorten flink op hun zuiderse donder krijgen!  Da-aaaag!"

20:35 Gepost door Geert De Busschere | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.